Verslag Symposium “Opnieuw koersen door de Wet op het financieel toezicht (en: Europees financieel recht)”

Foto symposium koersen
Share on linkedin
Share on facebook
Share on twitter

Verslag symposium – Opnieuw koersen door de Wet op het financieel toezicht (en: Europees financieel recht)

De slides van de voordrachten zijn hier te vinden.

Op dinsdag 19 november 2019 organiseerde International Center for Financial law & Governance in samenwerking met Boom Juridisch het symposium ‘Opnieuw koersen door de Wet op het financieel toezicht (en: Europees financieel recht)’.

In 1997 verscheen de eerste druk van het bekende handboek ‘Koersen door het effectenrecht’ van de hand van prof. mr. drs. C.M. (Christel) Grundmann-van de Krol. Van dit boek zijn zes drukken verschenen; de laatste druk in 2006. Naar aanleiding van de invoering van de Wet op het financieel toezicht is de titel van het boek gewijzigd in ‘Koersen door de Wet op het financieel toezicht’, waarvan de eerste druk in 2007 is verschenen.

Door de omvang van het studieterrein wordt het handboek tegenwoordig in aparte delen uitgebracht. Begin 2019 is een nieuw Deel I – Algemene nationale en Europese aspecten, toezicht en handhaving gepubliceerd. Dit deel heeft Christel Grundmann samen met mr. I. (Ingrid) van der Klooster geschreven; evenals Deel II – Effectenuitgevende instellingen, dat dit najaar verscheen.

De publicatie van deze twee delen in 2019 uit de serie ‘Koersen door de Wet op het financieel toezicht’ vormde de aanleiding voor het symposium op 19 november 2019.

Inleiding dagvoorzitter – Kleis Broekhuizen, hoogleraar Recht & Regulering Financiële Markten, Erasmus School of Law

De dagvoorzitter Kleis Broekhuizen opende het symposium door de vele professionals uit de praktijk en studenten van de master Financieel recht welkom te heten op de Erasmus University in Rotterdam.

Naar een eigen vennootschapsrecht voor financiële ondernemingen? – Hélène Vletter-van Dort, hoogleraar Financial Law & Governance, Erasmus School of Law

Aan Hélène Vletter-van Dort was de eer de dag inhoudelijk af te trappen. Dit deed zij door een overzicht te geven van een aantal historische ontwikkelingen ten aanzien van het toezicht op banken vanuit een nationaal perspectief. Vervolgens stelde zij de vraag of de ‘traditionele’ vennootschapsrechtelijke ordening nog wel van toepassing is op de financiële ondernemingen of dat deze instellingen door de rol die zij vervullen en de complexiteit van het financiële systeem niet in een eigen kader moeten worden geplaatst. Zij benadrukte dat het antwoord op deze vraag niet eenduidig is, maar dat dit niets afdoet aan de relevantie ervan.

Europees financieel recht en de Prospectusverordening – Evert van Walsum, Hoofd Investors and Issuers Department, European Securities and Markets Authority

Evert van Walsum ging verder in op de rol van het financiële toezicht, maar dan vanuit een Europese benadering. Vanuit zijn functie bij ESMA heeft hij een helder overzicht gegeven van de verschillende spelers die zich bezighouden met toezicht, welke ontwikkelingen hebben plaatsgevonden en welke ontwikkelingen de komende jaren zijn te verwachten op het gebied van financiële stabiliteit. Een voorbeeld hiervan is de invloed van de Brexit op de Capital Markets Union. Hij sloot af met de vraag in hoeverre de complexe beleggerswereld voor particuliere beleggers moet worden gesimplificeerd.

Voorwetenschap 2.0 – Mathijs Giltjes, promovendus, Erasmus School of Law

Promovendus Mathijs Giltjes gaf met zijn inleiding meer inzicht in een begrip dat voor veel mensen moeilijk grijpbaar is, namelijk: ‘High Frequency Trading’. Zijn presentatie roept vragen op over welke rol deze spelers vervullen binnen de financiële markt en in hoeverre deze rol wenselijk is. Met zijn proefschrift koestert hij het verlangen een antwoord te geven op veel van deze ingewikkelde vragen. Een vraag die goed de kaders van zijn onderzoeksterrein weergeeft is: wat is de grens tussen handel met voorwetenschap en ‘High Frequency Trading’? Een mogelijk antwoord hierop dat hij zelf aandroeg is de overgang naar een nieuw voorwetenschapsbegrip. Naar verwachting heeft hij hier over vier jaar bij de afronding van zijn proefschrift een antwoord op.

Misleidende beursberichten – Arnoud Pijls, universitair docent, Erasmus School of Law

Na de pauze was het aan Arnoud Pijls om het symposium inhoudelijk voort te zetten. Dit deed hij door de volgende ontwerpen toe te lichten: het relativiteitsvereiste bij aansprakelijkheid voor het publiceren van voorwetenschap, het bewijs van causaal verband bij de prospectusaansprakelijkheid en het bewijs bij aansprakelijkheid voor het niet-publiceren van voorwetenschap. In zijn presentatie maakte hij een uitstapje naar drie verschillende argumenten voor het aannemen van een vermoeden van causaal verband bij de prospectusaansprakelijkheid op grond van het EU-recht, om vervolgens terug te komen bij de aansprakelijkheid voor het niet publiceren van voorwetenschap. Hij concludeerde dat het aannemen van een vermoeden van causaal verband bij prospectusaansprakelijkheid gewenst is, maar wel naar nationaal recht. Bij de aansprakelijkheid voor het niet-publiceren van voorwetenschap volgde hij eenzelfde redenatie met de kanttekening dat de bepaling voor civiele aansprakelijkheid ontbreekt in de MAR.

Hoe past het SSM in het Europese Systeem van Financieel Toezicht; samenwerking ESA’s en ECB of competitie? – Bart Joosen, hoogleraar Financieel Recht, Vrije Universiteit Amsterdam

Bart Joosen startte zijn verhaal door uiteen te zetten hoe het Europese Single Rule Book werkt en hoe verschillende toezichtsentiteiten met elkaar samenhangen binnen Europa. Daarbij is van belang dat de ECB bij toepassing van het Single Rule Book niet alleen Unierecht, maar ook nationale wetgeving strekkende tot implementatie van het Unierecht in acht neemt. Als afsluiting maakte hij de kanttekening dat de rol van de ECB op het gebied van uniformering van regels ten aanzien van banken niet onderschat moet worden.

Paneldiscussie met sprekers onder leiding van de dagvoorzitter

Bij de start van de paneldiscussie zijn de eerste vragen voor Evert van Walsum over in hoeverre de invoering van een EU EDGAR wenselijk is en in welke mate de beleggend consument beschermd moet worden. Vervolgens wordt het stokje doorgegeven aan Hélène Vletter-van Dort. Zij benadrukte dat het huidige financiële systeem ontzettend complex is geworden en dat men zich moet realiseren dat de geldmarkten in eerste instantie zijn ontstaan om ondernemingen van kapitaal te voorzien. Bart Joosen voegde hieraan toe dat het verbieden van handel in bepaalde soort producten bij de retail-belegger, zoals schuldpapieren van banken, een mogelijke oplossing kan zijn. Nadat Arnoud Pijls en Mathijs Giltjes nog een vraag over respectievelijk de ratio achter de publicatieverplichting en de rol van high-frequency traders binnen het financiële systeem hebben beantwoord, beëindigde Kleis Broekhuizen de paneldiscussie om over te gaan op het laatste agendapunt van de dag: de boekpresentatie.

Boekpresentatie en -aanbieding aan de auteurs & afsluiting dagvoorzitter

Als afsluiting van het inhoudelijke gedeelte van het symposium werd het boek Deel II – Effectenuitgevende instellingen als ‘sigaar uit eigen doos’ aangeboden aan de trotse auteurs Christel Grundmann en Ingrid van der Klooster.

Geschreven door Sam Verspeek (Wetenschappelijk docent Financieel recht Erasmus School of Law)

Op de hoogte blijven?

Het ICFG publiceert regelmatig nieuwsbrieven. Niets missen van het laatste nieuws met betrekking tot financieel recht en governance, ICFG’s symposia, onderzoeken en fellows? Schrijf je dan nu in. 

Dit bericht delen:

Share on facebook
Share on twitter
Share on linkedin

Geef een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Loading...