Verslag Symposium “NEW Legal Thinking on Fintech”

New Legal Thinking
Share on linkedin
Share on facebook
Share on twitter

Verslag Symposium ‘NEW Legal Thinking on Fintech”

Op dinsdag 3 december 2019 organiseerde International Center for Financial law & Governance en Erasmus School of Law Executive Education een lezing door Jan Kees de Jager, CFO van KPN en voormalig minister van Financiën, met de titel: ‘NEW Legal Thinking on Fintech’. Na afloop van de lezing volgde een discussie met een panel bestaande uit fintech professionals. Hieronder vindt u een kort algemeen inhoudelijk verslag van de avond.

Inleiding moderator – Esther van Rijswijk, econoom, dagvoorzitter, journalist

Moderator Esther van Rijswijk opende de avond en heette de vele professionals uit de praktijk en studenten van de master Financieel recht welkom. Om een beeld te krijgen van de kennis van en affiniteit met fintech en hightech in de zaal, diende het publiek enkele vragen via de eigen mobiele telefoon te beantwoorden, zoals waar denk je aan bij het woord fintech en wie betaalt er contactloos met zijn telefoon?

“Is Fintech innovatie, de toekomst, ongereguleerd en onmisbaar in ons huidige en toekomstige leven?”

Keynote Jan Kees de Jager – Innovatie en Fintech

Jan Kees de Jager is al op zijn 8e begonnen met ondernemen, iets wat hij in maart weer gaat doen, als hij zijn periode als CFO bij KPN na 5,5 jaar afsluit. Als CEO van ISMe Company, een bedrijf wat hij had opgericht tijdens zijn studententijd in Rotterdam, werd hij door Jan-Peter Balkenende gevraagd deel te nemen aan het innovatieplatform. In 2007 werd hij gevraagd om zijn ondernemerschap in te brengen in een nieuw kabinet van Balkenende, waar hij in de periode van 2007-2010 en 2010-2012 respectievelijk staatssecretaris en minister van Financiën was. De afgelopen 5,5 jaar als CFO van KPN heeft hij geholpen om het bedrijf sneller en wendbaarder te maken in een periode waar digital steeds belangrijker wordt en er een ’war on talent’ aan de gang is.

Innovatie is van alle tijden

Industrieën moeten zichzelf wereldwijd telkens opnieuw uitvinden. Neem bijvoorbeeld de auto-industrie: waar het straatbeeld van de 5th Avenue in 1900 bestond uit paard-en-wagens en een enkele auto, was dit dertien jaar later precies omgekeerd. Ook de telecomindustrie waarin KPN opereert heeft te maken met disruptie. In de periode voor 2012 bestond de omzet en winst van KPN voornamelijk uit de traditionele voice diensten, die na de oprichting van WhatsApp bijna compleet zijn verdampt en nu zijn vervangen door datadiensten

Digitale Revolutie

Communicatiediensten innoveren en alles gaat steeds sneller (3G, 4G en binnenkort zelfs 5G). De samenleving verandert door de exponentiele toename van rekencapaciteit van computers. Deze digitale revolutie zorgt voor compleet nieuwe industrieën, zoals fintech. Veel werkzaamheden worden geautomatiseerd, wat vraagt om nieuwe vaardigheden van werknemers. Juist ook binnen beroepsgroepen met een postacademische opleiding zoals accountants, controllers en juristen.

”Is de jurist van de toekomst een datascientist?”

War on Talent

Waar de industriële revolutie door middel van mechanisering de blue-collar worker raakte en in de jaren 60 automatisering de midden opgeleide white-collar worker, is de 5e grootste innovatiegolf de eerste golf die daadwerkelijk postdoctoraal opgeleide mensen treft. Hoogopgeleid, universitair geschoold en zelfs postdoctoraal werk kan worden gerobotiseerd.

Is dit een probleem? Studenten worden opgeleid om na te denken en om problemen, die er over 10 en 20 jaar ook nog steeds zijn, op te lossen. Daarom moeten universiteiten nadenken wat voor soort competenties dit van de studenten vergt voor de toekomstige arbeidsmarkt. Bijvoorbeeld de competenties van een datascientist, die in de toekomst bijna in alle functies gaat terugkomen. Een ‘war on talent’ is gaande op de arbeidsmarkt: degenen die echt goed zijn en zich weten te onderscheiden (bijvoorbeeld in datascience én in de advocatuur), gaan het verschil maken.

Legal framework

Aangezien de innovatiegolven elkaar steeds sneller opvolgen, loopt behalve de vorm en inhoud van educatie, ook de regelgeving achter de feiten aan. Door de opkomst van fintech en de disruptie die het met zich meebrengt, loopt het legal framework achter. Goede wetgeving is actueel, passend en biedt investeringszekerheid. Deze zekerheden zijn belangrijk voor fintech bedrijven: het recht om te bestaan of het recht om in verschillende landen actief te zijn. Naast zekerheid voor de bedrijven biedt wetgeving ook zekerheid voor investeerders. Hoe kunnen zij in de toekomst namelijk zeker weten, naast alle risico’s die zij al hebben (ondernemingsrisico), dat hun investering kan zorgen voor een rendement, dat niet wordt gehinderd door een regelgever of wetgever? Wetgeving kan helpen om de maatschappij en het bedrijfsleven met elkaar in evenwicht te brengen.

Praten over fintech in een relatie tot een juridisch kader is niet makkelijk. Allereerst wil je zwakke groepen op de markt, bijvoorbeeld consumenten die sparen of bepaalde beleggers, beschermen tegen malafide praktijken of tegen systeemfouten (omvallen spaarbanken, IceSave). Daarnaast dien je als regelgever ook een veel groter doel, namelijk het vertrouwen in het gehele financiële complex.

“Waarom worden banken gered en geen autofabrikanten?”

Als regelgever wil je naast het beschermen van de zwakke groepen in de financiële wereld ook het hele systeem, de integriteit en het vertrouwen in het financiële stelsel beschermen. Banken moeten vertrouwen hebben om spaargeld te ontvangen, maar ze moeten ook kunnen blijven lenen aan bedrijven, ook in tijden als het economisch minder gaat. Het is in het financiële stelsel van belang dat de regelgever zowel zorgt voor microbescherming, als het beschermen van het macrobelang. Het probleem hierbij is dat regelgeving achter loopt. De markttrend is veel sneller, wat betekent dat een uitvinding een paar dagen later op de markt is (cryptomarkt). De regelgeving reageert hier (te) laat, waarbij zeker de formele wetgever (al helemaal op Europees niveau), jarenlang kan achterlopen. Dit vraagt om een nieuwe manier van werken en samenwerken tussen overheid, bedrijfsleven en wetenschap om op (disruptieve) veranderingen in te spelen en deze te omarmen. Een voorbeeld is de introductie van PSDII. Het doel van de wet moet niet uit het oog verloren worden en pragmatische interpretatie is belangrijk.

Balans in gelijk speelveld tussen nieuwkomers en bestaande partijen

Naast de bescherming van het micro- en macrobelang, moet een regelgever ook innovatie bevoordelen. New Legal Thinking betekent ruime kaders neerzetten en deze flexibel aan kunnen passen, om innovatie de ruimte te geven. Als toezichthouder wil je juist weer ex-ante zekerheid geven over de toepassing van nieuwe technologieën en bedrijfsmodellen. Bestaande partijen, zoals klassieke banken, hebben een enorm concurrentievoordeel ten opzichte van nieuwkomers aangezien zij gratis (negatief) kunnen lenen bij de ECB. Een regelgever zou een gelijk speelveld tussen nieuwkomers en bestaande partijen moeten bevorderen.

“Zijn Facebook en Whatsapp innovatieve nieuwkomers?”

De vraagt die hierbij rijst is of de nieuwkomers wel echte nieuwkomers zijn? Juist de Amerikaanse mastodonten (Facebook en Microsoft), die al enorm veel macht hebben, kunnen profiteren van regelgeving die voor nieuwkomers is gemaakt om zo tegen de klassieke orde te concurreren. Het loont voor deze grote internationale techbedrijven om vooruit te lopen op nieuwe wetgeving. Een voorbeeld uit de telecomsector: Whatsapp en Skype Out van Microsoft hoefden lange tijd niet aan de Telecomwetgeving te voldoen. Zij konden zonder regelgeving en dataprotectie goedkoop over de netwerken heen, die de wel onder de wetgeving vallende telecombedrijven hadden aangelegd.

Het is de vraag of deze partijen wel echt innovatieve nieuwkomers zijn? Is de regelgeving bedoeld om Amerikaanse mastodonten en ‘nieuwkomers’ een groot concurrentievoordeel te geven tegen Europese bedrijven? Dit geldt ook voor PSD2, een richtlijn met als doel betaal(informatie)diensten ook voor andere partijen dan banken te vergemakkelijken. Deze richtlijn beschermt echter nog steeds veel klassieke banken/partijen en heeft tot nu weinig nieuwe spelers op de betaalmarkt opgeleverd.

Conclusie

Concluderend hebben regelgevers goede bedoelingen om innovatie te bevorderen, maar werken deze ook averechts. Enerzijds willen zij als regelgever bestaande grote marktmachten afbreken, anderzijds willen zij nieuwkomers niet te grote toetreding barrières opwerpen om innovatie te blijven stimuleren. Hierbij is van belang dat nieuwkomers niet te weinig regels krijgen, gezien de oneerlijke bevordering en misbruik van ‘fake nieuwkomers’.

De oplossing? Same services, same rules? Met betrekking tot fintech, regelgeving zo breed opschrijven, dat je er als bedrijf automatisch onder valt als je zo’n soort dienst op de markt hebt? Juist nu de wereld om ons heen steeds sneller verandert, is het in ieder geval belangrijk om naar buiten te blijven kijken en te leren van en samen te werken met andere bedrijven.

Paneldiscussie

Na de lezing en Q&A volgde een interactief gedeelte met de zaal en het panel bestaande uit de fintech professionals: Anne Hakvoort (Partner bij FG Lawyers), Gilbert Gooijers (founder en Managing Director van CM.com), Wieger ten Have (Head Regulatory Compliance van Flowtraders), Bernold Nieuwesteeg (Director at Centre for the Law & Economics of Cyber Security) en Sem Nouws (rechtenstudent EUR en lid van de Nationale DenkTank).

Tijdens de paneldiscussie werden interessante vraagstukken behandeld vanuit verschillende perspectieven uit de praktijk. Is de PSD2 een mislukking? Is de jurist van de toekomst een datascientist en is dit maatschappelijk wenselijk? Wat zijn de maatschappelijke vooroordelen in algoritmes en leiden deze nieuwe technologieën niet tot grotere tweedelingen in de maatschappij? Is Nederland dé plek voor een fintech startup?

Op de vraag of de Nederlandse fintech sector kansloos is tussen het ‘gebulder’ uit Amerika en China, gaf Gilbert Gooijers aan dat de techsector in Europa ver achter loopt op China en Amerika. Buitenlandse partijen zien Nederlandse bedrijven in de fintech sector vooral als hub om naar de rest van Europa te komen. Wieger ten Have gaf aan dat een compliance officer zich vooral opwindt over de mate van regulering, of het nou overregulering of onder regulering is. Zo worden fintech bedrijven vaak gereguleerd als een bank, terwijl zij dat niet zijn. Dit is lastig, aangezien zij kapitaal moeten aanhouden alsof zij een bank zijn, waarbij een bank het voordeel heeft dat ze het geld gratis uit de markt kunnen halen op dit moment, terwijl dergelijke fintechs dit moet lenen tegen marktconforme voorwaarden.

Bernold Nieuwsteeg schetste een mooie analogie, stellende dat je bij de regulering van cybersecurity een beetje hetzelfde ziet als bij fintechs: ondanks de regulering faalt de markt, aangezien er altijd toch datalekken en hacks zullen blijven. Anne Hakvoort stelde dat het bestaande regelgevingskader achterloopt, maar dat dit wel de riemen zijn waar we nu mee moeten roeien. Is een cryptomunt een effect, vallen de werkzaamheden en diensten van een fintech onder de wet? Zo ja, dan zal dit bedrijf met die regelgeving te maken hebben en zich eraan moeten houden. Sem Nouws is vooral op zoek naar een antwoord op de vraag, hoe de fintech bedrijven de digitale samenleving eerlijker, gezonder, weerbaarder en inclusiever kunnen maken. De focus ligt nu vooral op de kleine en grote bedrijven, maar waar is de consument, degene waarvan al zijn data wordt afgenomen? Hij concludeerde dat de mens an sich altijd centraal moet blijven staan.

Geschreven door Bas Dijkstra

Op de hoogte blijven?

Het ICFG publiceert regelmatig nieuwsbrieven. Niets missen van het laatste nieuws met betrekking tot financieel recht en governance, ICFG’s symposia, onderzoeken en fellows? Schrijf je dan nu in. 

Dit bericht delen:

Share on facebook
Share on twitter
Share on linkedin

Geef een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Loading...